ECLI:NL:RBDHA:2023:8218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegelijkertijd met een vergelijkbare zaak (NL23.12706) werd het verzoek om een voorlopige voorziening op 31 mei 2023 behandeld. Verzoeker verscheen met gemachtigde en tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft het beroep in de vergelijkbare zaak ongegrond verklaard en volgt dit oordeel, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening in deze zaak eveneens wordt afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.