ECLI:NL:RBDHA:2023:8217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verschil in beschermingsbeleid
Eiser, een Ethiopische nationaliteit dragende persoon, diende op 31 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Denemarken reeds verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 11 september 2021 een eerdere asielaanvraag had gedaan.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege een verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Denemarken, waardoor hij bij terugkeer geen adequate bescherming zou krijgen en het indirecte refoulement zou plaatsvinden. Hij verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een evident en fundamenteel verschil in beschermingsbeleid bestaat. Ook kon eiser niet aantonen dat de Deense rechter hem niet zou beschermen tegen refoulement. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.