Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Rwandese nationaliteit dragende persoon, heeft een mvv-aanvraag ingediend voor verblijf in Nederland bij zijn partner en kinderen. De aanvraag werd op 18 januari 2023 afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
Verzoeker stelde dat zijn jongste dochter ernstig ziek is en 24 uur per dag medische zorg nodig heeft, waarvoor de moeder niet zelfstandig kan zorgen zonder mantelzorg. Het gezin verblijft tijdelijk in een zorginstelling, wat hoge kosten voor de Nederlandse Staat met zich meebrengt. Verzoeker wil daarom spoedige toegang tot Nederland om bij te dragen aan de zorg.
De staatssecretaris stelde dat geen zwaarwegend spoedeisend belang bestond omdat de beslistermijn op bezwaar nog niet was verstreken en de situatie niet tijdsgebonden was. De voorzieningenrechter oordeelde dat toewijzing van de voorlopige voorziening onomkeerbare gevolgen zou hebben en dat de wettelijke beslistermijn nog ruim openstond. Ondanks de schrijnende situatie van het gezin, werd het verzoek afgewezen, met de verwachting dat de staatssecretaris spoedig zal beslissen op het bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen vanwege het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang en het feit dat de beslistermijn nog niet was verstreken.