ECLI:NL:RBDHA:2023:8152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring aanvraag verblijfsvergunning afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte waarop het beroep steunde. De rechtbank heeft eiser vervolgens schriftelijk verzocht binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvraag verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.