ECLI:NL:RBDHA:2023:8063

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2023
Publicatiedatum
6 juni 2023
Zaaknummer
NL22.16503
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 4:17 AwbArt. 4:18 AwbArt. 4:19 Awb
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag

Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van november 2020. Nadat de staatssecretaris haar aanvraag in oktober 2022 alsnog had ingewilligd, handhaafde eiseres het beroep met betrekking tot de vraag of bestuurlijke dwangsommen waren verbeurd.

De rechtbank oordeelde dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen van toepassing is op asielaanvragen en dat daardoor de artikelen die bestuurlijke dwangsommen mogelijk maken niet van toepassing zijn. Hierdoor kan de staatssecretaris geen dwangsommen verschuldigd zijn.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder bevestigd dat deze wet niet in strijd is met Unierecht. Omdat eiseres met het beroep geen belang meer kon bereiken, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres, omdat het beroep terecht was ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier R. de Mul op 1 juni 2023 te Middelburg.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen toepassing vindt op asielaanvragen en bestuurlijke dwangsommen daardoor niet kunnen worden opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.16503

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: L. Neuhaus).

Procesverloop

Eiseres heeft op 23 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 12 november 2020.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 3 oktober 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres ingewilligd.
Desgevraagd heeft eiseres meegedeeld het beroep te handhaven met het oog op de vraag of verweerder bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiseres, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Eiseres heeft haar beroep willen handhaven voor zover verweerder in het besluit van 3 oktober 2022 heeft geconcludeerd dat hij aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is.
3. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat de Tijdelijke wet [2] niet van toepassing is op onderhavige aanvraag omdat sprake is van een aanvraag en verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. De rechtbank stelt vast dat eiseres een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Aan eiseres is een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw [3] verleend. Dit betreft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vw.
4. De Tijdelijke wet sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Het gevolg hiervan is dat verweerder aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren.
5. De Afdeling [4] heeft bij uitspraak van 30 november 2022 [5] geoordeeld dat er geen aanleiding is voor de conclusie dat de Tijdelijke wet op dit punt onverbindend moet worden geacht wegens strijd met het Unierecht.
6. Nu artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet in dit geval de mogelijkheid van een bestuurlijke dwangsom uitsluit, kan eiseres met het beroep niet bereiken wat zij wil, zodat ook in zoverre het procesbelang ontbreekt.
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
3.Vreemdelingenwet 2000
4.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.