ECLI:NL:RBDHA:2023:8061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en misleiding met vals document
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteithebbende, diende op 23 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in, met als grond dat hij vanwege de oorlog in Oekraïne naar Nederland was gekomen en vreest terugkeer naar Nigeria vanwege familieproblemen en mogelijke benadering door een criminele organisatie. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser een vals Oekraïens identiteitsdocument had overgelegd en zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt.
Eiser voerde aan dat hij niet had misleid en dat hij aanvullende documenten had overgelegd die zijn identiteit en verblijfstatus in Oekraïne onderbouwen. Tevens stelde hij dat de problemen in Nigeria geloofwaardig zijn en dat het Algemeen Ambtsbericht Nigeria relevant is voor zijn situatie. Ook stelde hij dat het inreisverbod geen belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro bevatte.
De rechtbank oordeelde dat het overleggen van een vals identiteitsdocument misleiding oplevert en dat eiser onvoldoende authentieke documenten heeft overgelegd om zijn identiteit aannemelijk te maken. De verklaringen over de problemen in Nigeria zijn onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk dat hij bij terugkeer ernstige schade zal lijden. Het Algemeen Ambtsbericht ondersteunt dat terugkeerders ondersteuning ontvangen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank stelde dat verweerder terecht een inreisverbod heeft opgelegd en dat eiser in een aparte procedure opheffing daarvan kan verzoeken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond wegens ongeloofwaardige identiteit en misleiding met een vals identiteitsdocument.