ECLI:NL:RBDHA:2023:8059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijke ongegrondheid
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van verzoeker af te wijzen als kennelijk ongegrond. Verzoeker had tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. Tegelijkertijd met deze uitspraak is in een gerelateerde zaak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Gezien deze uitspraak is het verzoek om een voorlopige voorziening eveneens als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep kennelijk ongegrond is verklaard.