ECLI:NL:RBDHA:2023:8057

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2023
Publicatiedatum
6 juni 2023
Zaaknummer
NL22.15395
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Nadat verweerder de aanvraag alsnog ingewilligd had, trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank overweegt dat het beroepschrift te vroeg is ingediend, omdat de wettelijke termijn van twee weken na ingebrekestelling nog niet was verstreken. Hierdoor zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken.

Daarom komt het verzoek tot proceskostenvergoeding niet voor toewijzing in aanmerking en wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroepschrift te vroeg was ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.15395

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], verzoekster

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 9 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 24 oktober 2021.
Bij besluit van 6 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid en onder b, van de Awb kan een beroepschrift worden ingediend zodra twee weken zijn verstreken na de dag waarop de belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke heeft gesteld. In dit geval ving de termijn aan op 24 oktober 2021 en viel de laatste dag van deze termijn op 24 april 2022. Verzoekster heeft verweerder op 26 juli 2022 in gebreke gesteld. Verweerder heeft deze op 27 juli 2022 ontvangen. Het beroepschrift is ingediend op 9 augustus 2022. De termijn van twee weken was toen nog niet verstreken. Het beroepschrift is dus te vroeg ingediend. De rechtbank zou het beroep daarom niet-ontvankelijk hebben verklaard als het niet was ingetrokken. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten niet voor inwilliging in aanmerking komt.
4. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van
mr.R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.