Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1]
[naam 2]V-nummer: [nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Eisers, vader en zoon van Angolese nationaliteit, deden een asielaanvraag in Nederland die niet in behandeling werd genomen omdat Portugal verantwoordelijk was voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en verklaarde het ongegrond.
Eisers voerden aan dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist was vanwege de onevenredige hardheid van overdracht aan Portugal, met het risico op uitlevering aan Angola. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Portugal en dat eisers geen bewijs hadden geleverd van tekortkomingen in de Portugese asielprocedure of schending van internationale verplichtingen.
De Portugese autoriteiten hadden via het claimakkoord gegarandeerd dat het asielverzoek in behandeling wordt genomen en dat uitzetting niet in strijd is met het non-refoulementbeginsel. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht terughoudend was in het toepassen van artikel 17 en Pro dat er geen aanleiding was om de aanvraag in behandeling te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.