ECLI:NL:RBDHA:2023:8046

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
6 juni 2023
Zaaknummer
NL23.12640
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 17 DublinverordeningArtikel 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Portugal

Eisers, vader en zoon van Angolese nationaliteit, deden een asielaanvraag in Nederland die niet in behandeling werd genomen omdat Portugal verantwoordelijk was voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en verklaarde het ongegrond.

Eisers voerden aan dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist was vanwege de onevenredige hardheid van overdracht aan Portugal, met het risico op uitlevering aan Angola. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Portugal en dat eisers geen bewijs hadden geleverd van tekortkomingen in de Portugese asielprocedure of schending van internationale verplichtingen.

De Portugese autoriteiten hadden via het claimakkoord gegarandeerd dat het asielverzoek in behandeling wordt genomen en dat uitzetting niet in strijd is met het non-refoulementbeginsel. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht terughoudend was in het toepassen van artikel 17 en Pro dat er geen aanleiding was om de aanvraag in behandeling te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12640

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1]

V-nummer: [nummer 1]
[naam 2]V-nummer: [nummer 2]
tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eisers stellen van Angolese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] en [geboortedatum 2] . Eisers zijn vader en zoon. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 25 april 2023 niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eisers aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eisers ongelijk krijgen en het niet in behandeling nemen van hun aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1] In dit geval heeft Nederland bij Portugal een verzoek om overname gedaan. Portugal heeft dit verzoek aanvaard.
(Indirect) réfoulement5. Eisers stellen allereerst dat de staatssecretaris het asielverzoek in behandeling zou dienen te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De overdracht van eisers aan Portugal zou van een onevenredige hardheid getuigen nu daarmee een uitlevering aan Angola tot de reële mogelijkheden zou gaan behoren.
6. De rechtbank overweegt dat ten aanzien van Portugal mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eisers hebben geen stukken overlegd waaruit blijkt dat Portugal zich ten opzichte van hen niet aan zijn internationale verplichtingen houdt of dat er in Portugal sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure. Uit het persoonlijk relaas van eisers valt ook niet af te leiden dat de asielprocedure niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. De Portugese autoriteiten hebben door middel van het claimakkoord gegarandeerd dat het verzoek om internationale bescherming in behandeling genomen zal worden. Hierbij is van belang dat de verdragen en Europese richtlijnen ook gelden ten aanzien van de asielprocedure in Portugal. De garantie het asielverzoek in behandeling te nemen omvat ook de verantwoordelijkheid dat een eventuele uitzetting niet in strijd komt met het verbod om een vreemdeling onvrijwillig over te dragen aan de autoriteiten van een land waar de vreemdeling vervolging te vrezen heeft.
Artikel 17 Dublinverordening Pro7. Voorts stellen eisers dat hetgeen zij hebben aangevoerd aanleiding geeft tot toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De individuele omstandigheden zoals geschetst zijn dusdanig dat een overdracht aan Portugal van een onevenredige hardheid getuigt. Op grond hiervan zou de staatssecretaris de zaak aan zich moeten trekken.
8. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in individuele gevallen gebruik kan maken van de bevoegdheid van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De staatssecretaris maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening, als Nederland daartoe op grond van in de Dublinverordening neergelegde criteria niet toe verplicht is. Gelet op de ruime mate van bestuurlijke vrijheid die de staatssecretaris heeft om de hardheidsclausule toe te passen, toetst de rechtbank deze beslissing terughoudend.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris in de omstandigheden van eisers geen aanleiding hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening door de asielaanvraag in behandeling te nemen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

10. Verweerder heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld.
Het beroep is kennelijk ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.