ECLI:NL:RBDHA:2023:7992

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2023
Publicatiedatum
5 juni 2023
Zaaknummer
NL22.12882
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vw
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens voortijdige ingebrekestelling

Eiser diende op 10 december 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 9 juni 2022 eindigen. Verweerder verlengde deze termijn met maximaal zes maanden tot 10 september 2023.

Eiser stelde verweerder bij brief van 21 juni 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen, waarna op 7 juli 2022 beroep werd ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling werd gedaan voordat de beslistermijn was verstreken, waardoor het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en openbaar gemaakt op Rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege voortijdige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.12882

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],
van Syrische nationaliteit
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: C. van der Meijs).

Procesverloop

Eiser heeft op 10 december 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Bij brief van 21 juni 2022 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser heeft vervolgens op 7 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft op 24 oktober 2022 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
5. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.
6. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 10 december 2021. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser op 9 juni 2022 eindigen. Verweerder heeft op 1 juni 2022 de beslistermijn met negen maanden verlengd. Hierdoor zou de beslistermijn zijn verstreken op 10 maart 2023. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 21 september 2022, WBV 2022/2211 (op 26 september 2022
gepubliceerd in de Staatscourant), de beslistermijnen van alle lopende asielaanvragen verlengd met 9 maanden. Omdat de maximale wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen de termijn van 21 maanden niet mag overschrijden wordt de beslistermijn in dit geval niet met negen, maar met zes maanden verlengd. Dat betekent dat de beslistermijn zal eindigen op 10 september 2023.
7. De ingebrekestelling is ingediend op 21 juni 2022. Op dat moment was de beslistermijn dus nog niet verstreken. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
8. De rechtbank verklaart het beroep, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.