ECLI:NL:RBDHA:2023:7976
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker op grond van Dublinverordening toegewezen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kon worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed aanwezig was. Het belang van verzoeker om in Nederland op de uitspraak te wachten, woog zwaarder dan het belang van overdracht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de overdracht wordt geschorst en dat verzoeker de behandeling van het beroep in Nederland mag afwachten. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van €837. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor de asielzoeker in Nederland mag blijven tot de uitspraak in beroep en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.