Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1], verzoeker, mede namens hun minderjarige kind
[verzoeker 2], tezamen: verzoekers,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd voor de verblijfsdoelen 'arbeid als kennismigrant' en 'verblijf als familie- of gezinslid'. Deze aanvragen zijn door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de continuïteit van de onderneming.
Verzoekers stelden dat er geen wettelijke grondslag was voor de afwijzing en dat de toezegging van de beslismedewerker hen recht gaf op de vergunningen. Zij hebben hun leven in Turkije al grotendeels beëindigd en zich voorbereid op vestiging in Nederland.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft vanwege de toezegging van verweerder en wijst het verzoek toe om gedurende de bezwaarprocedure arbeid te mogen verrichten. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Verzoekers mogen gedurende de bezwaarprocedure arbeid verrichten en worden beschermd tegen uitzetting.