Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens verzocht eiser om schadevergoeding wegens de tenuitvoerlegging van deze maatregel. De maatregel was inmiddels door verweerder opgeheven.
De rechtbank beoordeelde of de maatregel onrechtmatig was voorafgaand aan de opheffing. Uit jurisprudentie blijkt dat bij toepassing van de grensprocedure niet direct een pré-toets hoeft te worden verricht naar de inwilligbaarheid van het asielverzoek, maar dat verweerder een redelijke termijn moet krijgen om onderzoek te doen. In deze zaak heeft verweerder binnen een dag na het aanmeldgehoor geconcludeerd dat de aanvraag niet in de grensprocedure kon worden afgedaan en de maatregel opgeheven.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel niet onredelijk lang heeft geduurd en dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld. Het feit dat eiser de Russische nationaliteit heeft en een goed gedocumenteerde asielaanvraag indiende, en dat hij niet onder het besluitmoratorium valt, maakt dit niet anders. Daarom is het beroep ongegrond en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Verloop en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.