ECLI:NL:RBDHA:2023:7883

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2023
Publicatiedatum
2 juni 2023
Zaaknummer
NL23.11674
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening bewaring vreemdeling niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit

Op 13 april 2023 legde de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan verzoeker een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, geregistreerd onder zaaknummer NL23.11503, en verzocht tevens om een voorlopige voorziening onder zaaknummer NL23.11674.

Op 20 april 2023 heeft verweerder de maatregel van bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €700,- en proceskostenvergoeding van €837,- aangeboden. Hierop trok verzoeker het beroep met zaaknummer NL23.11503 in, maar handhaafde het verzoek om voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat door het intrekken van het hoofdberoep de vereiste connexiteit voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast wijst de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.11674
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 april 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. van Bennekom),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. G. Cambier).

Procesverloop

In het besluit van 13 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder het zaaknummer NL23.11503.
Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is bij de rechtbank geregistreerd onder het zaaknummer NL23.11674.
Verweerder heeft op 20 april 2023 de maatregel van bewaring opgeheven, schadevergoeding aangeboden (€ 700,-) en aangeboden om de proceskosten te vergoeden (€ 837,-). Verzoeker heeft vervolgens het beroep met zaaknummer NL23.11503 ingetrokken.
Het verzoek om een voorlopige voorziening heeft verzoeker gehandhaafd. Hierop zal de voorzieningenrechter in deze uitspraak afzonderlijk beslissen.
Eiser en verweerder hebben toestemming gegeven, als bedoeld in artikel 8:57, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), om de zaak zonder nadere zitting af te doen, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank
die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Door het intrekken van het beroep met zaaknummer NL23.11503, loopt er geen beroepsprocedure meer. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt aan het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen de in artikel 8:81 van Pro de Awb vereiste connexiteit, zodat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2023 door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
01 mei 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.