ECLI:NL:RBDHA:2023:7829
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens beslissing op bezwaar
Verzoekers dienden een aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf in, welke door verweerder op 11 maart 2022 werd afgewezen. Na het maken van bezwaar op 8 april 2022 en het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen, nam verweerder alsnog een beslissing op bezwaar op 5 april 2023. Hierop trokken verzoekers het beroep in en verzochten om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder aan verzoekers tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen op het bezwaar, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond was. Verweerder reageerde niet op het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €418,50 voor de beroepsmatige rechtsbijstand en het griffierecht van €184,- conform de wettelijke bepalingen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 1 juni 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen beslissing op bezwaar.