Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
zware grondenvermeld dat eiser:
lichte grondenvermeld dat eiser:
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 17 april 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 25 april 2023 wegens overdracht aan Spanje. Eiser stelde dat de verlenging van de overdrachtstermijn onrechtmatig was, omdat hij op het moment van verlenging niet buiten bereik van de autoriteiten was.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de overdrachtstermijn op 16 november 2022 niet rechtmatig was, omdat eiser zich op 22 september 2022 weer had gemeld bij de autoriteiten en dus niet ondergedoken was. Hierdoor was de grondslag voor de bewaring niet aanwezig en was de maatregel onrechtmatig.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €900 voor negen dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €1.674. De overige beroepsgronden werden niet behandeld vanwege de gegrondheid van het primaire beroep.
Uitkomst: De maatregel van bewaring werd onrechtmatig geacht en eiser kreeg een schadevergoeding van €900 toegekend.