Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- naar die [slachtoffer] toe te lopen en te zeggen: "jij gaat mij betalen" en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer] vast te pakken en/of te houden en/of te duwen en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij moet betalen en dat hij hem anders een "kanker platte hand" zou geven;
hij op of omstreeks 20 november 2021 te 's-Gravenhageopzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] , brigadier van politie Eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerjoden", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
hij op of omstreeks 20 november 2021 te 's-Gravenhage, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, te weten vier, althans één of meer stuk(s) knalvuurwerk met lont (te weten Cobra 6), terwijl dat bestemd was voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.
3.De bewijsbeslissing
- naar die [slachtoffer] toe te lopen en te zeggen: "jij gaat mij betalen" en
- vervolgens die [slachtoffer] vast te pakken en te houden en te duwen en
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij moet betalen en dat hij hem anders een "kanker platte hand" zou geven;
hij op 20 november 2021 te ’s-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] , brigadier van politie Eenheid Den Haag, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerjoden";
hij op 20 november 2021 te 's-Gravenhage, opzettelijk, professioneel vuurwerk, te
weten vier stuks knalvuurwerk met lont (te weten Cobra 6), terwijl dat bestemd was voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
60 (ZESTIG) DAGEN;
58 (ACHTENVIJFTIG) DAGEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
50 (VIJFTIG) UREN;
25 (VIJFENTWINTIG) DAGEN;