ECLI:NL:RBDHA:2023:7738

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
AWB22/4785 en AWB 22/5125
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 3 lid 3 Rva 2005Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening in zaak over beëindiging Rva-verstrekkingen en uitstel van vertrek

Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar verzoek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af te wijzen (zaak AWB 22/4785). Tevens is een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om de Rva-verstrekkingen te beëindigen (zaak AWB 22/5125).

De voorzieningenrechter heeft beide verzoeken op 23 mei 2023 behandeld. Verzoekster was niet aanwezig, terwijl de staatssecretaris en het COa zich lieten vertegenwoordigen. De staatssecretaris heeft in AWB 22/4785 aangegeven geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het verzoek en ook tegen een veroordeling in de proceskosten niet.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek in AWB 22/4785 toe, waardoor verzoekster aanspraak behoudt op de Rva-verstrekkingen. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €759,-. Het verzoek in AWB 22/5125 wordt afgewezen omdat er reeds een mondelinge uitspraak is gedaan in de onderliggende zaak AWB 22/5124. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening in AWB 22/4785 wordt toegewezen en in AWB 22/5125 afgewezen; staatssecretaris wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 22/4785 en AWB 22/5125
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekster], uit Den Haag, verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris)

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa)

(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk.).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft verzocht om toepassing te geven aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). De staatssecretaris heeft dat verzoek bij besluit van 27 juli 2022 afgewezen. Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorziening te treffen. Dit verzoek staat bekend onder zaaknummer AWB 22/4785. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op dat verzoek.
2. Het COa heeft bij besluit van 28 juli 2022 de Rva-verstrekkingen van verzoekster beëindigd. Het COa heeft aan dat besluit ten grondslag gelegd dat de IND bij besluit van 27 juli 2022 de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000 heeft afgewezen. Daarom valt eiser niet onder een van de categorieën van artikel 3, derde lid, van de Rva 2005. Verzoekster heeft daartegen beroep ingesteld. Dit beroep staat bekend onder zaaknummer AWB 22/5124. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorziening te treffen. Dit verzoek staat bekend onder zaaknummer AWB 22/5125. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op dat verzoek.
3. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 23 mei 2023 gevoegd met de zaken AWB 22/5124 en NL22.25070 op zitting behandeld. Verzoekster is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening bekend onder zaaknummer AWB 22/4785 toe;
  • veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €759,-;
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening bekend onder zaaknummer AWB 22/5125 af.

Overwegingen

4. Bij brief van 19 mei 2023 heeft de staatssecretaris in AWB 22/4785 aangegeven zich niet te verzetten tegen het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening. Verweerder verzet zich ook niet tegen een veroordeling in de proceskosten.
5. Gelet hierop wordt het verzoek toegewezen. Dit brengt overigens met zich mee dat verzoekster aanspraak heeft op verstrekkingen als onder 2 genoemd.
6. Er bestaat aanleiding de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).
7. De rechtbank heeft in de zaak AWB 22/5124 vandaag ook mondeling uitspraak gedaan. Een beoordeling van het verzoek is daarom niet meer nodig. Het verzoek wordt afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2023.
griffier
voorzieningenrechter
De rechter is buiten staat te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.