ECLI:NL:RBDHA:2023:7621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte waarop het beroep was gebaseerd. De rechtbank heeft eiser vervolgens bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, omdat het ontbreken van gronden betekent dat het beroep niet inhoudelijk kan worden behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S.C. Spruijt en is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.