ECLI:NL:RBDHA:2023:7620

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 mei 2023
Publicatiedatum
30 mei 2023
Zaaknummer
AWB 22/2892
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening in verblijfsvergunningzaak

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 11 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De staatssecretaris heeft bij besluit van 21 juni 2022 op het bezwaar beslist. De voorzieningenrechter heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak in een gerelateerde zaak (AWB 22/4423) waarin op het beroep is beslist en acht het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt daarom afgewezen en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/2892

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 21 juni 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 22/4423 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open