ECLI:NL:RBDHA:2023:7619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte, hetgeen vereist is op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiser vervolgens de mogelijkheid geboden om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro, waardoor het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.