ECLI:NL:RBDHA:2023:7579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag voor mei-december 2007 wegens ontbreken aanvraag en bewijs
Eiseres heeft compensatie gevraagd voor de periode mei tot en met december 2007, omdat zij stelt dat zij in die periode kinderopvang via een gastouderbureau heeft afgenomen en dat daarvoor een aanvraag kinderopvangtoeslag is ingediend. Verweerder heeft echter geen gegevens in zijn informatiesystemen kunnen vinden die een aanvraag of toekenning van kinderopvangtoeslag voor die periode bevestigen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres voor de periode januari-april 2007 volledig is gecompenseerd en dat er geen bewijs is dat zij in de tweede helft van 2007 opvang heeft genoten waarvoor toeslag is aangevraagd of toegekend. De door eiseres overgelegde stukken zijn onvoldoende en deels niet relevant voor de periode mei-december 2007. De bewijslast voor het recht op compensatie ligt bij eiseres, die niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht heeft op compensatie voor die periode.
De rechtbank overweegt dat het enkel vertrouwen op het verhaal van eiseres niet voldoende is om compensatie toe te kennen. Er is geen sprake van onzorgvuldige besluitvorming door verweerder. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 17 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen compensatie toegekend voor de periode mei tot en met december 2007.