Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris het besluit alsnog genomen en de asielaanvraag op 24 oktober 2022 ingewilligd. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens het beroep. Op grond van artikel 8:75a en 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de proceskostenveroordeling gegrond.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een lichte wegingsfactor, aangezien het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.