ECLI:NL:RBDHA:2023:7519
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit na besluit op bezwaar
Verzoekster heeft bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag gedaan om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag is op 30 november 2022 buiten behandeling gesteld. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zolang het bezwaar in behandeling is.
Op 6 april 2023 heeft verweerder op het bezwaarschrift beslist. Verzoekster heeft vervolgens geen beroep ingesteld tegen deze beslissing. De voorzieningenrechter heeft daarom het onderzoek zonder zitting gesloten en het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro de vereiste connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en de hoofdzaak ontbreekt doordat geen beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier B. van der Wiel en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste connexiteit.