De rechtbank Den Haag behandelde op 3 april 2023 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige veroordeelde die in 2018 was veroordeeld voor seksueel binnendringen van een minderjarige. De maatregel was onherroepelijk en was reeds eerder verlengd.
De rechtbank nam kennis van diverse rapportages, waaronder een Pro Justitia-rapportage, een advies van de inrichting, reclasseringsadviezen en deskundigenverklaringen. Uit deze stukken bleek dat de veroordeelde een belaste voorgeschiedenis heeft en dat traumaklachten onderdeel blijven van zijn persoonlijkheid. Hij is gemotiveerd tot resocialisatie en behandeling, maar moet nog starten met traumabehandeling bij de GGZ.
De deskundigen en reclassering adviseerden verlenging van de maatregel, waarbij het STP-traject (sociaal therapeutisch programma) een belangrijke rol speelt. De veroordeelde werkt en volgt onderwijs, maar heeft nog onvoldoende zelfstandigheid en copingvaardigheden om zonder toezicht te functioneren.
De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de verdere ontwikkeling van de veroordeelde een verlenging van zes maanden rechtvaardigen. Gezien de positieve ontwikkelingen achtte de rechtbank een langere verlenging niet noodzakelijk. De PIJ-maatregel werd verlengd tot 1 augustus 2023, met afwijzing van de vordering voor het overige.