ECLI:NL:RBDHA:2023:742
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere asielvergunning met terugwerkende kracht was ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. De aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die de kans op het verkrijgen van internationale bescherming aanzienlijk zouden vergroten.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiser nieuwe documenten had overgelegd ter onderbouwing van zijn identiteit, deze identiteit reeds bekend was en meegenomen was in de eerdere intrekkingsprocedure. Eiser voerde aan dat de documenten een novum vormden en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze de kans op bescherming niet vergrootten. Daarnaast stelde eiser dat hij had moeten worden gehoord.
De rechtbank volgde echter verweerder in zijn standpunt dat de documenten geen nieuwe relevante feiten bevatten en dat het horen van eiser niet verplicht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten.