Eiser, een Marokkaanse atheïst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege problemen die hij ondervond door zijn atheïsme en het organiseren van bijeenkomsten. De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank behandelde het beroep op 13 april 2023 en oordeelde dat de problemen van eiser niet voldoende waren onderbouwd en niet te herleiden zijn tot het Vluchtelingenverdrag of het EVRM.
De rechtbank stelde vast dat Marokko een veilig land van herkomst is, waarbij de vrijheid van religie en expressie in de grondwet is gewaarborgd. Eiser kon geen bewijs leveren van mishandelingen of bedreigingen, noch documenten over de bijeenkomsten die hij beweerde te hebben georganiseerd. Zijn algemene en oppervlakkige verklaringen werden als onvoldoende geloofwaardig beoordeeld.
Ook de stelling dat eiser vanwege zijn atheïsme en activisme niet veilig zou zijn, werd verworpen. De rechtbank vond dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Marokko zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of dat hij geen bescherming van de autoriteiten kan inroepen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.