ECLI:NL:RBDHA:2023:7301

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 mei 2023
Publicatiedatum
22 mei 2023
Zaaknummer
23/2927
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening gehandicaptenparkeerkaart wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart en passagierskaart, welke ook betrekking heeft op beschermd wonen en CZG zorg. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer SGR 23/2805 en wordt door de rechtbank versneld behandeld vanwege spoedeisendheid.

Op 23 april 2023 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om alvast een gehandicaptenparkeerkaart te verkrijgen. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek op grond van artikel 8:81 Awb Pro, waarbij onverwijlde spoed vereist is om een voorlopige maatregel te treffen.

Verzoeker heeft gesteld dat hij de kaart zo spoedig mogelijk nodig heeft, maar heeft geen concrete redenen gegeven die het spoedeisend belang onderbouwen. De voorzieningenrechter constateert dat het verzoek feitelijk een bespoediging van de lopende beroepsprocedure beoogt, die al versneld wordt behandeld.

Daarom is geen sprake van een zelfstandige spoedeisendheid die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een gehandicaptenparkeerkaart wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/2927

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 mei 2023 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder(gemachtigde: mr H. van Soest).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 6 april 2023 een beroep niet tijdig beslissen bij de rechtbank ingediend over (onder meer) een per e-mail gedane aanvraag gehandicaptenparkeerkaart en passagierskaart. De aanvraag heeft ook betrekking op beschermd wonen en CZG zorg.
Het beroep niet tijdig beslissen is door de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer SGR 23/2805.
Op 18 april 2023 heeft de rechtbank verzoeker schriftelijk meegedeeld dat het beroep in de zaak SGR 23/2805 versneld wordt behandeld omdat het spoedeisend is. Dat betekent dat een aantal termijnen korter is dan bij een gewone behandeling van het beroep.
Op 23 april 2023 heeft verzoeker per e-mail een voorlopige voorziening gevraagd om een gehandicaptenparkeerkaart.

Overwegingen

1 De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2.1
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu bij de rechtbank beroep aanhangig is tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van verzoeker, dient de vraag te worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van een beslissing op het beroep. Er dient derhalve sprake te zijn van een zelfstandige spoedeisendheid bij een te treffen voorlopige voorziening en het moet niet alleen gaan om bespoediging van de afdoening van het beroep.
3. Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift geschreven dat hij een spoedeisend belang heeft, omdat hij de gehandicaptenparkeerkaart “z.s.m. nodig” heeft. Verzoeker heeft geen enkele reden gegeven waarom dat zo zou zijn.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker daarmee dus enkel een bespoediging van zijn beroep beoogt. Zoals hiervoor in het procesverloop is vermeld heeft de rechtbank al besloten om het beroep van verzoeker versneld te behandelen omdat het spoedeisend is. Gelet hierop kan niet gezegd worden dat sprake is van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.
5. Dit leidt tot de conclusie dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Gelet hierop is geen grond voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.