ECLI:NL:RBDHA:2023:7246
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen maatregel vreemdelingenbewaring
Verzoeker, een Pakistaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is op 13 oktober 2022 asiel aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Dit werd bevestigd door een eerdere uitspraak van de rechtbank.
Op 12 mei 2023 legde de staatssecretaris een maatregel van vreemdelingenbewaring op wegens een significant risico op onderduiken. Verzoeker stelde een voorlopige voorziening in om onmiddellijke opheffing van deze maatregel te verkrijgen, stellende dat de bewaring onrechtmatig is en dat eerdere overdrachten niet aan hem te wijten zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek geen voorlopig karakter heeft en slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegewezen. Gezien de instemming van Portugal met terugname en de wettelijke overdrachtstermijn tot 22 mei 2023, is er geen sprake van een verlengde termijn of onrechtmatigheid. Ook zijn er voldoende gronden voor bewaring, mede gezien meerdere zware en lichte gronden.
Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opheffing van de vreemdelingenbewaring wordt afgewezen.