ECLI:NL:RBDHA:2023:7224
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 2 juni 2022.
Tegen dit primaire besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt, waarop de staatssecretaris bij besluit van 2 augustus 2022 heeft beslist. Verzoeker diende vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening in bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is afgehandeld en het beroep bij de bestuursrechter is beslist in een andere zaak met nummer AWB 22/5283, wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar en beroep reeds zijn behandeld.