ECLI:NL:RBDHA:2023:7211
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit na intrekking beroep asiel
Verzoeker had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen vanwege de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk werd geacht.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak op 7 februari 2023. Vervolgens trok verzoeker het beroep met zaaknummer NL23.1638 in, omdat aan zijn beroep volledig was tegemoetgekomen, waardoor de beroepsprocedure eindigde.
Door het wegvallen van de beroepsprocedure werd niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Om die reden verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Hierdoor kon ook het verzoek om proceskosten niet worden beoordeeld, mede omdat verzoeker bij intrekking van het beroep geen verzoek tot proceskosten had gedaan.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier M.A.W.M. Engels op 20 april 2023 in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit na intrekking van het beroep.