ECLI:NL:RBDHA:2023:7133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vergoeding griffierecht na intrekking beroep kindgebonden budget
Eiser had beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn herzieningsverzoek voor het kindgebonden budget over de jaren 2018, 2019 en 2020. Nadat verweerder het bezwaar alsnog gegrond verklaarde en het kindgebonden budget voor 2019 en 2020 toekende, trok eiser zijn beroep in, met het verzoek om vergoeding van het griffierecht.
De rechtbank behandelde het beroep op 28 februari 2023, waarbij eiser niet aanwezig was. Verweerder was vertegenwoordigd. De rechtbank overwoog dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank op verzoek de proceskosten kan toewijzen, maar dat dit niet mogelijk is als het beroep is ingetrokken.
Omdat verweerder op grond van de wet verplicht is het griffierecht terug te betalen en dit ook op zitting heeft toegezegd, achtte de rechtbank een veroordeling in proceskosten niet nodig. Het verzoek van eiser werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers op 15 maart 2023 en is openbaar.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van het griffierecht wordt afgewezen omdat verweerder dit op grond van de wet zelf moet vergoeden.