ECLI:NL:RBDHA:2023:7076
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens ingewilligde asielaanvraag
Verzoeker heeft op 8 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 oktober 2021. Tijdens de procedure heeft verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op 13 september 2022 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek.
De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen, is het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift, gezien de aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.