ECLI:NL:RBDHA:2023:7059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat dit geen gronden bevatte waarop het beroep was gebaseerd, zoals vereist op grond van artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank heeft eiser vervolgens bij aangetekende brief verzocht om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Gelet op het ontbreken van beroepsgronden en het uitblijven van een reactie, heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier N.A. D’Hoore, en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het uitblijven van reactie op verzoek tot aanvulling.