ECLI:NL:RBDHA:2023:7003
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen en proceskostenveroordeling
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris op zijn aanvraag. Inmiddels heeft de staatssecretaris alsnog een inwilligend besluit genomen, waardoor het oorspronkelijke beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk zinloos is geworden. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom niet-ontvankelijk en het beroep tegen het genomen besluit ongegrond.
Eiser verzocht daarnaast om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wegens de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank overweegt dat sinds 11 juli 2021 de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is, waardoor geen dwangsommen verschuldigd zijn bij te late beslissingen op asielaanvragen voor bepaalde tijd. Dit is bevestigd door een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 november 2022.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, omdat het bestreden besluit te laat is genomen en het beroep tegen het niet tijdig beslissen terecht is ingesteld. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten.