ECLI:NL:RBDHA:2023:6974

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
NL22.26592
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling staatssecretaris in proceskosten wegens niet tijdig besluit mvv-aanvraag nareis

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Tijdens het beroep heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen door de ambassade in Beiroet te machtigen om de mvv te verlenen. Hierdoor hebben verzoekers hun beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoekers is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, waardoor het verzoek tot vergoeding van proceskosten kennelijk gegrond is. Verzoekers hebben tevens een verzoek tot vrijstelling van griffierecht ingediend vanwege betalingsonmacht, dat door de rechtbank is toegewezen. De staatssecretaris hoeft het griffierecht niet te vergoeden.

De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoekers.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit op de mvv-aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.26592

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], verzoekster 1, v-nummer: [nummer 1]

[naam 2],verzoeker 2,
v-nummer: [nummer 2]
[naam 3],verzoekster 2,
v-nummer: [nummer 3]
[naam 4],verzoekster 3,
v-nummer [nummer 4]
hierna allen gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
Bij kennisgeving van 3 februari 2023 heeft verweerder de ambassade in Beiroet gemachtigd aan verzoekers een mvv te verlenen.
Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekers is tegemoetgekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit te nemen. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen.
3. Verzoekers hebben verzocht om vrijstelling van de verplichting griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. Verzoekers hebben dit verzoek voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe. Verweerder is dan ook niet gehouden om op grond van d van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht te vergoeden.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.