Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 17 december 2021. Nadat de staatssecretaris de aanvraag op 2 december 2022 heeft ingewilligd, heeft de rechtbank eiser gevraagd of het beroep moet worden ingetrokken. Eiser handhaaft het beroep.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen daarmee feitelijk is komen te vervallen, omdat het besluit alsnog is genomen. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen geen bestuurlijke dwangsommen kunnen worden verbeurd bij asielbesluiten, waardoor het beroep ook op die grond geen procesbelang meer heeft.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, vanwege het recht van eiser om beroep in te stellen tegen het niet-tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.