ECLI:NL:RBDHA:2023:6964

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
NL22.22845
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij mvv-aanvraag nareis

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder heeft op 17 november 2022 de Nederlandse ambassade te Istanbul gemachtigd om de mvv te verlenen, waarmee het beroep feitelijk is ingewilligd.

Eisers gaven aan bereid te zijn het beroep in te trekken indien verweerder de proceskosten zou vergoeden en een document zou uploaden, maar verweerder reageerde niet. De rechtbank concludeert dat het beroep daarom gehandhaafd blijft, maar verklaart het niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. Tevens wijst de rechtbank het verzoek van eisers om vrijstelling van griffierecht toe vanwege betalingsonmacht, waardoor verweerder niet gehouden is dit griffierecht te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22845

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], eiser 1, v-nummer: [nummer]

[naam 2], eiseres 1,
v-nummer: [nummer]
[naam 3], eiseres 2,
v-nummer: [nummer]
[naam 4], eiser 2,
v-nummer: [nummer]
hierna allen gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om aan eiseres 1, eiseres 2 en eiser 2 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen in het kader van nareis.
Bij kennisgeving van 17 november 2022 heeft verweerder de Nederlandse ambassade te Istanbul gemachtigd om de mvv te verlenen.
Eisers hebben de rechtbank naar aanleiding van dit inwilligende besluit aangegeven dat zij bereid zijn beroep in te trekken als verweerder bereid is de proceskosten te voldoen en een document daartoe te uploaden in het dossier. Nu verweerder hierop niet heeft gereageerd leidt de rechtbank af dat het beroep wordt gehandhaafd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verweerder heeft inwilligend beslist op de aanvraag van referent. Nu hiermee geheel tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal het beroep wegens het ontbreken van procesbelang kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Met de kennisgeving van 17 november 2022 is verweerder aan eisers tegemoet gekomen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb verweerder te veroordelen in de proceskosten.
3. Eisers hebben vanwege het niet-tijdig beslissen op de aanvraag beroep kunnen instellen bij de rechtbank. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
4. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van de verplichting griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. Zij hebben dit verzoek voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe. Verweerder is dan ook niet gehouden om op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.