ECLI:NL:RBDHA:2023:6893
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en geen bijzondere omstandigheden voor verblijfsvergunning
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder op 7 november 2022 werd afgewezen. Eiser stelde problemen te hebben met zijn familie vanwege een erfeniskwestie en mishandeling, maar zijn verklaringen werden door verweerder als tegenstrijdig en onduidelijk beoordeeld, waardoor het asielrelaas niet geloofwaardig werd geacht.
Eiser voerde aan dat zijn aanvraag in de verlengde asielprocedure had moeten worden behandeld vanwege overplaatsingen en gemiste post, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had toegelicht dat de algemene procedure passend was en dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn verhaal toe te lichten.
Verder stelde eiser dat hij onterecht geen verblijfsvergunning regulier kreeg op humanitaire gronden en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld bij de beoordeling van zijn medische situatie (epilepsie). De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden niet voldeden aan de criteria voor een verblijfsvergunning regulier en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.