ECLI:NL:RBDHA:2023:6866
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden wegens ontbreken mensenhandel
Eiseres, met de nationaliteit van een ander land, had een verblijfsvergunning onder de beperking 'tijdelijke humanitaire gronden' vanwege een aangifte mensenhandel. Na seponering van de strafzaak door het Openbaar Ministerie (OM) werd haar verblijfsvergunning ingetrokken en haar aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel naar 'niet-tijdelijke humanitaire gronden' afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat het OM op basis van de aangifte heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van mensenhandel. De door eiseres aangevoerde omstandigheden, zoals vrees voor represailles en haar medische situatie, zijn niet onderbouwd en houden geen rechtstreeks verband met mensenhandel, zoals vereist volgens de Vreemdelingencirculaire.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de hoorplicht niet is geschonden omdat er geen redelijke twijfel bestond dat een hoorzitting tot een ander besluit zou leiden. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en zij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, en is openbaar bekendgemaakt op 19 april 2023.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden die verband houden met mensenhandel.