ECLI:NL:RBDHA:2023:6834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en veilig land van herkomst India
Een Indiase vreemdeling vroeg asiel aan met het verhaal dat hij lid was van een politieke organisatie en vanwege demonstraties en bedreigingen India had verlaten. De staatssecretaris wees de aanvraag af en legde een inreisverbod van twee jaar op, omdat het verhaal niet geloofwaardig werd bevonden en India als veilig land van herkomst werd beschouwd.
De vreemdeling stelde dat hij geen bewijs kon overleggen vanwege beperkingen in vreemdelingenbewaring en dat hij onterecht ongeloofwaardig werd bevonden. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van bewijs redelijkerwijs aan hem kon worden toegerekend, mede omdat hij al langere tijd in Nederland verbleef. Ook werden tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over zijn verblijf en vrees geconstateerd.
Verder vond de rechtbank dat de verklaringen over zijn politieke activiteiten summier waren en niet overtuigend onderbouwd. Tegenstrijdigheden met algemene landeninformatie over de organisatie en haar leiders werden eveneens geconstateerd. De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris het asielrelaas terecht ongeloofwaardig vond en dat India als veilig land van herkomst geldt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.P. Bosman en griffier J.C. de Grauw. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig asielrelaas en het oordeel dat India een veilig land van herkomst is.