ECLI:NL:RBDHA:2023:6810

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2023
Publicatiedatum
11 mei 2023
Zaaknummer
NL 22.9492
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster, van Kameroense nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling is gesteld. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening gedurende de bezwaarprocedure.

Na beslissing op het bezwaar door verweerder heeft verzoekster geen beroep ingesteld tegen deze beslissing. De rechtbank stelt vast dat hierdoor de vereiste connexiteit voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, zoals bepaald in artikel 8:81, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek dan ook kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier B. van der Wiel en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens ontbrekende connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.9492

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] verzoekster,

geboren op [geboortedatum],
van Kameroense nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) buiten behandeling gesteld.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Verzoekster heeft bij brief van 24 mei 2022 verzocht een voorlopige voorziening te treffen hangende het bezwaar tegen verweerders besluit van 23 mei 2022.
Verweerder heeft op 6 december 2022 beslist op het bezwaarschrift van verzoekster.
Verzoekster heeft geen beroep ingediend tegen de beslissing op het bezwaarschrift.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Op grond van artikel 8:81 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Aangezien verweerder bij besluit van 6 december 2022 op het bezwaar van verzoekster heeft beslist, waartegen verzoekster vervolgens geen rechtsmiddelen heeft aangewend, is, gelet op artikel 8:81, tweede lid, Awb de vereiste connexiteit aan het verzoek komen te ontvallen.
Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.