Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij,
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders,
gedaagde partij,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Staat der Nederlanden, ministerie van Financiën, vorderde een schadevergoeding van €250 op grond van een boetebeding in de algemene voorwaarden wegens het overschrijden van een afhaaltermijn door de gedaagde partij. De gedaagde was niet verschenen, waarna verstek werd verleend.
De eisende partij gaf aan per abuis een oude versie van de algemene voorwaarden te hebben meegestuurd en stelde dat de juiste versie een boetebeding bevatte dat bij tekortkoming een schadevergoeding van €250 oplegt. De kantonrechter beoordeelde dit beding aan de hand van de richtlijn 93/13 EG en artikel 6:233 BW Pro en concludeerde dat het beding onredelijk bezwarend is.
De eisende partij had onvoldoende onderbouwd waarom het boetebedrag redelijk is, noch dat het een zwaarwegend belang diende of als prikkel tot nakoming functioneerde. De boete van bijna 10% van de koopsom werd niet gerechtvaardigd. Daarom werd het beding vernietigd en de vordering afgewezen. De eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €250 schadevergoeding op grond van het boetebeding wordt afgewezen wegens onredelijkheid van het beding.