Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:6808

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2023
Publicatiedatum
11 mei 2023
Zaaknummer
10152238/22-16698
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EGArt. 6:233 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boetebeding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend verklaard

De Staat der Nederlanden, ministerie van Financiën, vorderde een schadevergoeding van €250 op grond van een boetebeding in de algemene voorwaarden wegens het overschrijden van een afhaaltermijn door de gedaagde partij. De gedaagde was niet verschenen, waarna verstek werd verleend.

De eisende partij gaf aan per abuis een oude versie van de algemene voorwaarden te hebben meegestuurd en stelde dat de juiste versie een boetebeding bevatte dat bij tekortkoming een schadevergoeding van €250 oplegt. De kantonrechter beoordeelde dit beding aan de hand van de richtlijn 93/13 EG en artikel 6:233 BW Pro en concludeerde dat het beding onredelijk bezwarend is.

De eisende partij had onvoldoende onderbouwd waarom het boetebedrag redelijk is, noch dat het een zwaarwegend belang diende of als prikkel tot nakoming functioneerde. De boete van bijna 10% van de koopsom werd niet gerechtvaardigd. Daarom werd het beding vernietigd en de vordering afgewezen. De eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot betaling van €250 schadevergoeding op grond van het boetebeding wordt afgewezen wegens onredelijkheid van het beding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ʹs-Gravenhage
esm/a
Rolnr.: 10152238/2216698
Datum: 11 mei 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de Staat der Nederlanden, ministerie van Financiën, meer in het bijzonder Directie Roerende Zaken,
zetelend te Apeldoorn,
eisende partij,
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde01] ,wonende/briefadres hebbende te [naam01] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 15 december 2022 waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, is verstek verleend tegen gedaagde partij en is eisende partij in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven op de bedingen in de algemene voorwaarden.
1.2.
Eisende partij heeft op de rol van 23 februari 2023 een akte met producties genomen.
1.3.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.Verdere beoordeling

2.1.
Eisende partij heeft zich bij akte uitgelaten over het beding in de algemene voorwaarden. Eisende partij heeft aangevoerd dat per abuis de verkeerde versie - een oude versie - van de algemene voorwaarden zijn meegestuurd met de dagvaarding.
2.2.
In de van toepassing zijnde algemene voorwaarden luidt artikel 13 lid 3 als Pro volgt:
‘Domeinen Roerende Zaken kan bij enigerlei tekortkoming in de nakoming door de koper van een op hem rustende, uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting aan de koper, bij het uitblijven van de nakoming binnen de genoemde termijn op eerste aanschrijving van de verkopend ambtenaar, een schadevergoeding van € 250,00 opleggen onverminderd het recht op ontbinding en/of aanvullende schadevergoeding’.
Eisende partij heeft aangevoerd dat gedaagde partij op 12 juli 2021 is aangeschreven over de afhaaltermijn, het overschrijden daarvan en over de ontbinding van de koop. Daarnaast is de schadevergoeding aangezegd. Gedaagde partij is dus vroegtijdig op de hoogte gebracht van de gevolgen van zijn handelswijze. Eisende partij is en blijft van mening dat gedaagde partij de schadevergoeding van € 250,00 aan haar verschuldigd is.
2.3.
Eisende partij vordert in de inleidende dagvaarding een bedrag van € 250,00 aan schadevergoeding op grond van artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden. Ook de nieuwe versie van dit beding, zoals nader toegelicht door eisende partij in haar akte en als weergegeven onder 2.1., is naar het oordeel van de kantonrechter aan te merken als een oneerlijk beding in de zin van de richtlijn 93/13 EG en een onredelijk bezwarend beding in de zin van artikel 6:233 aanhef Pro en onder a BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.
2.4.
In het algemeen heeft de consument geen belang bij het opnemen van een boetebeding omdat dit hem nadeel kan opleveren. De gebruiker van dit beding moet dus een voldoende zwaarwegend belang kunnen aanwijzen om dat beding toch op te nemen. Op basis van de ‘wederzijds kenbare belangen’ kan een boetebeding gerechtvaardigd zijn als het aan de volgende voorwaarden voldoet: 1. de gedraging waarop een boete is gesteld is (in alle gevallen) een voldoende ernstige tekortkoming in de nakoming door de consument om een boete (in plaats van het wettelijk handhavingsmechanisme) te rechtvaardigen, 2. de gestelde boete staat in een redelijke verhouding tot de voor de gebruiker te verwachten schade door de gedraging waarop de boete is gesteld, of: de gestelde boete staat in een redelijke verhouding tot het belang voor de gebruiker van de verplichting waarop de boete is gesteld als prikkel tot nakoming.
2.5.
Over het overwogene onder 2.4. heeft eisende partij niets, danwel bijna niets gesteld. Eisende partij heeft niet uitgelegd waarom het bedrag van € 250,00 aan schadevergoeding redelijk is bij enigerlei tekortkoming, maar ook niet in dit geval. Zo is niet duidelijk gemaakt - in de dagvaarding maar ook niet in de nadere akte - of eisende partij schade lijdt als gevolg van enigerlei tekortkoming van een koper en of het in dit geval de gevorderde boete redelijk is ten opzichte van de tekortkoming. Evenmin is gesteld dat de boete dient als prikkel ter nakoming. Pas bij de nadere akte heeft eisende partij een creditfactuur overgelegd waaruit volgt dat de oorspronkelijke koopovereenkomst ziet op een bedrag van € 2.530,00. Dat een boete van bijna 10% ten opzichte van de oorspronkelijke koopsom redelijk is, heeft eisende partij evenmin onderbouwd.
2.6.
Het beding wordt daarom als onredelijk bezwaren en oneerlijk vernietigd. Daarmee valt de grondslag van de vordering weg en wordt de vordering afgewezen.
2.7.
Eisende partij wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze worden aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.

3.Beslissing

De kantonrechter:
1. wijst de vordering af;
2. veroordeelt eisende partij in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van gedaagde partij vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.C. Vink en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2023.
de griffier, de kantonrechter,