ECLI:NL:RBDHA:2023:6729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag onroerende-zaakbelasting wegens niet-gebruik kledingwinkel tijdens lockdown
Eiseres, huurder van een kledingwinkel, kreeg voor het kalenderjaar 2021 een aanslag onroerende-zaakbelasting (OZB) opgelegd door de gemeente. De kern van het geschil was of eiseres de winkel daadwerkelijk gebruikte op 1 januari 2021, de peildatum voor de OZB-heffing. Volgens artikel 220 van Pro de Gemeentewet kan belasting worden geheven van degene die een onroerende zaak gebruikt die niet hoofdzakelijk tot woning dient.
De rechtbank oordeelde dat onder 'gebruik' moet worden verstaan het daadwerkelijke bezigen van de onroerende zaak ter bevrediging van eigen behoeften. Het enkele ter beschikking staan is onvoldoende. Door de lockdown waren kledingwinkels gesloten en kon eiseres de winkel niet gebruiken. Het huurcontract beperkte het gebruik tot verkoop van het kledingmerk, opslag was niet mogelijk en internetverkopen liepen landelijk via het merk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en de uitspraak op bezwaar, en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten van € 2.266. Tevens kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak werd gedaan op 4 mei 2023 door rechter G.J. Ebbeling.
Uitkomst: De aanslag onroerende-zaakbelasting voor 2021 is vernietigd wegens niet-gebruik van de winkel tijdens lockdown.