Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid in loondienst. Deze aanvraag is bij besluit van 19 april 2022 afgewezen door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Vervolgens heeft verweerder op 16 december 2022 het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond verklaard en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en heeft het verzoek buiten zitting behandeld.
De voorzieningenrechter concludeert dat er geen aanleiding is om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen, mede omdat het onderliggende beroep reeds is beslist. Het verzoek wordt dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.