ECLI:NL:RBDHA:2023:6640
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 5 augustus 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen en een dwangsom toegekend, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding daarom kennelijk gegrond is. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntentelling met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank wijst erop dat verzoekster wegens betalingsonmacht is vrijgesteld van griffierecht, waardoor de staatssecretaris niet verplicht is dit te vergoeden. De uitspraak wordt zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag machtiging voorlopig verblijf.