Verzoeker, van Guinese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 7 oktober 2021 is afgewezen. Na bezwaar is dit besluit op 31 januari 2023 gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Tegelijkertijd vroeg verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het beroep met zaaknummer AWB 23/923 ongegrond verklaard, waardoor geen aanleiding bestond om een voorlopige voorziening te verlenen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en tevens geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.