ECLI:NL:RBDHA:2023:6584
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep verblijfsvergunning asiel
Eiser diende op 26 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen door verweerder, stelde eiser hem in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Verweerder besloot op 6 februari 2023 alsnog de aanvraag van eiser te honoreren. Hierdoor trok eiser op 3 april 2023 het beroep in en verzocht om veroordeling van verweerder in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde op basis van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting over het verzoek tot proceskostenveroordeling. Gezien de tegemoetkoming van verweerder aan het beroep, werd het verzoek van eiser als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier N.G. Fuller en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van proceskosten van €418,50 aan eiser.