Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van 19 april 2023 waarin de maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit beroep werd tevens aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Bij brief van 28 april 2023 gaf de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan bereid te zijn een schadevergoeding te betalen en de proceskosten te vergoeden. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker op 1 mei 2023 het beroep in, met het verzoek om de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen. Verweerder is veroordeeld tot betaling van € 837 aan proceskosten, vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor professionele rechtsbijstand.
Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837 aan proceskosten aan verzoeker.