ECLI:NL:RBDHA:2023:653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting over woonsituatie
Eiseres ontving sinds 2018 een bijstandsuitkering en stond ingeschreven op een adres met haar zoontje. Verweerder startte een rechtmatigheidsonderzoek naar aanleiding van meldingen en verklaringen van buren. Na een gesprek en huisbezoek concludeerde verweerder dat eiseres onvolledige en onjuiste informatie had verstrekt over haar woon- en leefsituatie, wat leidde tot intrekking van de uitkering.
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. In beroep stelde zij dat de onderzoeksbevindingen niet objectief waren en dat haar mentale en lichamelijke toestand haar belemmerde tijdens het gesprek. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was het gesprek te voeren en dat het gespreksverslag betrouwbaar was.
De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van eiseres en de bevindingen tijdens het huisbezoek, zoals aanwezigheid van derden in de woning, meerdere bedden en herenkleding, terwijl eiseres had verklaard alleen met haar zoontje te wonen. Ook was onduidelijk of eiseres daadwerkelijk in de woning verbleef. Hierdoor was niet duidelijk of zij recht had op bijstand.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat de intrekking van de uitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard wegens schending van de inlichtingenverplichting.